Artikel

Bourse de Commerce en Centre Pompidou: open & dicht

6 min ontdekkings-tijd

Na jaren renovatie popelt de nagelnieuwe cultuurtempel van François Pinault en Tadao Ando om zijn deuren open te gooien. Hun nieuwe versie van de Bourse de Commerce aan les Halles wacht alleen nog op een beter coronaklimaat. 

Hoewel aan de buitenkant weinig opvallend, is de transformatie van de oude graanbeurs uit 1767 ronduit verbluffend. In avant-premiere tonen we graag enkele impressies met onderaan een link naar een uitgebreider stuk over de unieke samenwerking tussen de Franse mecenas en de Japanse architect. Directeur Martin Bethenod vat de ‘nederige’ aanpak van Tadao Ando samen in één zin: “In dit project gaat de dialoog met de historische context voor op de architectuur.”  Nederig en bescheiden.

Onze-Lieve-Vrouw van de Kachelpijp

Het omgekeerde is waar bij het kleurrijke, extravagante Centre Pompidou dat in 2023 voor renovatie sluit. Wie de collectie nog gauw wil bewonderen, lijdt best niet aan hoogtevrees want hoe spectaculair het opstijgen in de transparante liften aan de buitenkant ook is, af en toe vallen ze stil. Het voordeel is een gratis zen-test en een ongehinderd zicht over de daken van Parijs, de Eiffeltoren, Montmartre, het Panthéon, het Louvre en alle andere iconen van de stad. Na 44 jaar dienst is Pompidou’s droom aan grondige vernieuwing toe. 

Notre-Dame de la Tuyauterie, la Raffinerie en l’Usine à gaz zijn enkele van de koosnamen voor het controversiële ontwerp van het architectenduo Renzo Piano en Richard Rogers uit 1969. Alles wat andere architecten binnenin verstoppen – liften, ventilatieschachten, verwarmingsbuizen en techniek – keert het duo naar buiten. “Eerlijk, we waren zelf verwonderd dat men dit wou bouwen” zegt Rogers later.  

In 1977 gingen de kokers open en sindsdien bezochten miljoenen liefhebbers het futuristische gebouw in het hart van het quartier Beaubourg, daar waar voorheen een grote, lelijke parking was. Toen het gebouw er eenmaal stond vonden ook talrijke vuurspuwers, muzikanten, vertellers en levende standbeelden hun weg naar de piazza. Geïnspireerd op de schelpvormige Campo van Siena wordt ook het voorplein van Beaubourg opnieuw aangelegd. 

Vijftig

Met zijn vijftigste verjaardag in zicht verdient het Centre een fikse opknapbeurt.  De ijzeren tuyaus zijn aangetast door corrosie, de buitenliften vallen in panne, de verf bladert af, de verwarming kost handenvol geld. Minister van Cultuur Roselyne Bachelot kiest voor de korte pijn: in 2023 gaat het ‘Pompidolium’ helemaal dicht om in 2027 zijn 50ste verjaardag te vieren en grandeur.

Het kostenplaatje is niet min: 200 miljoen. Al is het met deze Onze-Lieve-Vrouw van de Kachelpijp wellicht afwachten tot na de werken. Er moet ook een oplossing gevonden worden voor de duizend medewerkers en voor de collectie. Sociaal overleg is opgestart. Een deel van de 120.000 kunstwerken gaat naar de Pompidou-annex in Metz maar ook Nice, Toulon en Rouen krijgen hun deel. Ook Brussel, waar de voormalige Citroëngarage een kunsttempel wordt, zal een stukje Beaubourg herbergen. 

Hopelijk leest Minister Roselyne Bachelot niet al te veel in Sabato, het luxemagazine van De Tijd. Daarin verklaart de ondertussen in Parijs wonende Renzo Piano: “Telkens als ik er langskom, sta ik versteld. Ik begrijp waarom we het zo hebben gedaan, maar ik begrijp nog altijd niet dat ze het hebben toegelaten. Eigenlijk is het compleet krankzinnig. Dat gebouw is een brok heiligschennis in het midden van de stad.” Italiaanse geste en Japanse ingetogenheid. In Parijs hebben ze allebei hun plaats.

Foto credits :Bourse de Commerce-Pinault © Patrick Tourneboeu © Artefactory Lab en © Antonio Martinelli ©Centre Pompidou