All posts filed under: Artikel

'Verbod aan God' François de Pâris en zijn Saint-Médardkerk

« Duizenden mensen komen naar zijn graf op het kerkhof van Saint-Médard waarbij men niet meer weet of men zich op een kerkhof bevindt of in een theater” tekent Barbier in 1729 op in zijn kronieken over het dagelijks leven in Parijs. Er gebeuren dan ook vreemde dingen op het graf van de vrome diaken François de Pâris. Met dreigende politieke gevolgen. Lodewijk XV grijpt in. Met een verbod aan God.   Hij werkt met zijn handen! De jonge François de Pâris loopt school bij de kanunniken van Sainte-Geneviève, naast de gelijknamige kerk, vandaag het Pantheon. In 1713 treedt hij in het klooster en wijdt zich aan ascese en liefdadigheid. Maar wat François nog het meest onderscheidt: “Il travaille de ses mains!”. Dat betekent niet dat hij geen aandacht schenkt aan de intellectuele disputen binnen de Heilige Kerk. Daar rommelt het opnieuw. Lodewijk XIV heeft net het Edict van Nantes herroepen en daarmee de laatste hugenoten uit het land gejaagd of er rolt al een nieuwe golf van ketterij aan. Deze keer zijn het de jansenisten, …

Dr. Jack en Nurse Toquette

De Amerikaanse chirurg van het American Hospital in Parijs en zijn Franse echtgenote, redden in WO II in het grootste geheim de levens van honderden piloten, parachutisten en verzetslui. Maar het hunne… ? Voor het onderdak geven aan geallieerde piloten of parachutisten kom je zonder pardon voor het vuurpeleton op de Mont Valérien. Toch werkt Mme Andrée Goubillon mee aan het ultrageheime plan ‘Sussex’, een grootschalige operatie om militaire inlichtingen te winnen over de toestand in bezet Frankrijk. Vanaf november ’43 rekruteert het ‘Bureau Central de Renseignements et d’Action (BCRA)’ meer dan 200 Franse vrijwilligers.  Ze worden in Britse trainingskampen opgeleid voor hun delicate taak. Terug gedropt achter de vijandelijke linies opereren ze vooral in het noorden van Frankrijk en in Parijs. Vanaf januari tot aan de bevrijding van Parijs in augustus 1944 verbergt Mme Goubillon hier, in de Rue Tournefort n°8, welgeteld 42 ‘Sussex’-parachutisten.  Sommigen onder hen hebben medische verzorging nodig. Onder de grootste waakzaamheid worden ze naar Dr. Jackson geloodst, hoofdchirurg van het American Hospital in Neuilly.  Tijdens WOII houdt Dr. Jackson niet …

Van grisette tot… Grande Horizontale

Het Palais Royal is op zijn mooist als de avond valt. Dan strooien de oude lantaarns hun koperkleurig licht uit onder de arcades. Het is er dan heerlijk romantisch. Evenwel ging het er voorheen niet altijd zo romantisch aan toe. ‘Une variante collective et très avancée du sans-culottisme’ Niet alleen wordt het vak der liefde er bedreven in de etablissementen onder de nu zo vredige arcades, maar ook in de vele houten ‘cabanes’ op het binnenplein. Etsen van toen tonen eerder een rommelige ‘foor’ dan de bloeiende paleistuin van vandaag. Veel dames die op dat ogenblik hun beroep uitoefenen in het Palais Royal, prijken in de ‘Catalogue des Filles à la Cuisse Légère’. Ze hebben er ook alle belang bij: hij prijst hun kwaliteiten en vaardigheden aan en verantwoordt hun tarief. De liefhebbers stromen toe uit geheel Europa. Daarom is de ‘Guide Sentimental de l’Etranger’ zo succesvol. Hij biedt houvast voor het maken van de juiste keuze uit de om en bij 2000 prostituées actief in en rond het paleis.  Het gaat er dan ook duchtig …

Francois PINAULT en Tadoa ANDO

Luxepausen François Pinault (Kering) en Bernard Arnault (LVMH) bekampen mekaar ook met… kunst !

Parijs is altijd in beweging. De nieuwerwetse gebouwen van het megalomane shoppingcenter “ Forum des Halles” uit 1973, gingen gelukkig al enkele jaren terug tegen de vlakte.  Het was al bij al een architecturale miskleun die het centrum van Parijs ontsierde, en je het zicht en de zuurstof ontnam. Op deze historische marktplaats, “Le Ventre de Paris” zoals Zola ze in zijn gelijknamige roman noemt, verschijnen tussen 1852 en 1870 tien prachtige “art nouveau” hallen van de hand van architect Victor BALTARD.  Het is een unieke urbanisatie ingreep, die kadert in de algehele transformatie van Parijs door Haussmann. Deze ranke formatie van hallen in gietijzer en glas, elk met een eigen productgamma – groenten, vis, vlees, kruiden, specerijen en meer, gaat na de verhuis van de “vroegmarkt” naar Rungis (1969) eveneens tegen de vlakte . Eigenlijk slechts 8 ervan, twee kregen een nieuwe opbouw, waarvan eentje in Japan. Helaas echt gebeurd begin de jaren zeventig toen monumentenzorg quasi onbestaand was in Parijs.     Maar… sinds 2016 transformeert de huidige “Halles-site”, nu in een mooie groene …

Achter de paravent van de ‘maisons closes’ van Parijs: Le Sphinx, van premier tot ‘Préfet de Police de Paris’.

Parijs is niet alleen de stad van het licht maar ook die van de liefde. Echte, maar ook betaalde. Op boulevards, in straten en stegen, in passages en op pleinen, ontmoeten we talrijke ‘stille getuigen’. De meest ‘stille’ van allen, is het symbool der zwijgzaamheid zelve: “Le Sphinx”. Hier aan de Boulevard Edgar Quinet, op onze linkeroever wandeling.  We staan op de drempel van het grootste luxe-bordeel van Parijs ooit. ‘Bordeel?!’ Manager Marthe Marguerite, alias Martoune, hoort liever ‘maison close’ en benadrukt dat de meisjes nooit ‘verplicht worden tot’. Le Sphinx is het enige grote maison close op de linkeroever, middenin in de toenmalige kunstenaars-wijk Montparnasse. Een pittige mix van intellos, bohémiens en artistes. Dus je kan er ook ‘gewoon iets gaan drinken en wat discussiëren’. Dat verklaart het regelmatige bezoek van de mooie Kiki de Montparnasse, partner en model van Man Ray. Of van Arlette Simon, model van Chanel.  Ook Marlène Dietrich en Simone de Beauvoir komen er over de vloer.Maar toch… een ‘fiche d’hygiène’ van een ‘contrôle sanitaire’ uit 1936, leert dat in Le …

Een nachtje onder het ex-dak van de Abwehr ?

Eindelijk ! De “Lutetia”, het enige ‘palace hotel’ op de linkeroever, is sinds 12 juli terug open.En hoe! Om de “histoire héroïque” die dit icoon uitademt zelf opnieuw te proeven, drinken we er een in de eclectische Bar Joséphine en geven onze ogen de kost: waw, het Lutetia schittert opnieuw ! Misschien net zoals toen, voor kerstmis 1910. Op de Boulevard Raspail knipt een fiere Aristide Boucicaut, ook eigenaar van Le Bon Marché, het feestlint door en de glorieuze “Belle Epoque” verwelkomt een nieuw paleis met 233 kamers. Goed voorzien cliënteel van overal te lande zijn de eerste gasten. Het Lutetia is dan ook niet zomaar een ‘gebouw’. Boucicaut vertrouwt de opdracht toe aan de architecten Henri Taurin en Louis-Charles Boilau. Deze laatste kennen we ook van Le Palais Chaillot. Het moet immers top zijn. Ze ontwerpen een art déco parel, bouwen met nieuwe materialen als staal en glas en hun “hotel de luxe” gaat als een nieuw oceaanschip voor anker op de mondaine Boulevard.Daar zijn de gasten al: James Joyce, Picasso, Peggy Guggenheim, Joséphine Baker, Antoine de Saint-Exupéry … …

Rue Réaumur, een oase van architectuur

  Dat Parijs onder “ le second Empire” met  Napoleon III en de urbanist Haussmann zich transformeerde van middeleeuwse chaos tot een wereldstad hebben we in andere bijdragen al aangehaald. (link)Urbanisme is één zaak, hoe die straten er dan echt uitzien is soms verbluffend. De Rue Réaumur , te paard tussen het tweede en derde arrondissement, tussen La Bourse en de Arts et Métiers,  is een spectaculair voorbeeld. De straat wordt gerealiseerd tussen 1895 en 1896 en de gebouwen krijgen vorm als resultaat van een architectuurwedstrijd. De eerste wedstrijd op een zo grote schaal. Het is het tijdperk van de nieuwe materialen, de tweede industriële revolutie zorgt op grote schaal voor staal, gietijzer en beton. Hiermee gaan de architecten gaan aan de slag..  Het resultaat is enerzijds een diversiteit aan gebouwen, anderzijds een grote homogeniteit in materialen. Ze zijn helder, beschikken over hoge plafonds en grote ruimtes. Het zijn vooral groothandels, textielhandelaars, pers en banken die zich hier vestigen. Prestige verzekerd in deze hoogtepunten  van moderniteit. Het is dan ook een lust voor het oog …

Barrio Latino: Havana en Eiffel in de Faubourg Saint Antoine

Hier, in de schaduw van de Opéra Bastille, krioelt het van de “impasses” en “passages”: gemoedelijke dorpsstraatjes met kasseien, bloeiende glycines en gevels in geschilderd hout. Absolute rust en stilte, op een steenworp van de razend drukke Place de la Bastille. Onder het Ancien Régime werken in deze buurt vooral meubelmakers, ‘ébenistes’, in hun ateliers. Winkels die goederen uitstallen en verkopen bestaan nog niet. Het is immers bij wet verboden iets te verkopen wat je niet zelf hebt gemaakt. En dus komt iedereen hier gewoon kopen in de talrijke ateliers. Het is uiteindelijk wachten tot in de 19de eeuw vooraleer de eerste ‘maisons de commerce’ opduiken, nieuwe panden, waar produceren en verkopen volledig van elkaar gescheiden zijn. Ze zijn architecturaal zo ingericht, dat ze met hun grote oppervlaktes, verschillende verdiepingen, royale lichtinval en liefst ook een monumentale trap, de verkoop op grote schaal stimuleren. Zo ook “Les Magasins Gouffé Jeune” op de Faubourg Saint Antoine, een gerenommeerde meubelzaak, in 1907 ontworpen door de architecten Lesage en Miltgen. Voor het ijzeren gebinte en de prachtige trap …

De Parijse juwelen processie 

Halfweg 19e eeuw, Napoleon III en Haussmann hebben elkaar al een tijdje gevonden. Parijs herrijst als de nieuwe open “ville lumière” . In de buurt van de Opera Garnier ( 1875) bij de prestigieuze Galeries Lafayette, op de huidige Boulevard Haussmann, vestigt zich in 1905 de eerste Franse bank: de Societé Générale.   In prachtige Art Nouveau geinspireerde stijl zet Architect Jacques Hermant er een imposant  gebouw neer. Een ware ontdekking. We komen binnen en schuiven over de marmeren vloer naar de grote koepelzaal. Een enorme glazen koepel, rustend op metershoge bronzen pijlers, met een visuele overdaad aan kleuren en symbolen overspant de lokettenzaal. De oude “guichets” en “comptoir de bois” zijn nog steeds in gebruik. Omwille van zijn reusachtige ronde vorm, benoemen de insiders dit geheel  “le fromage”. In alle stilte wandelen we er rond en nemen de smeedijzeren en met slangen en eikenbladen versierde trap naar de sous-sol. Daar ligt het echte “geheim”: La Salle des Coffres. Direct voor je zie je de immense glinsterende kluisdeur en de merknaam FICHET. Ja, de slotenmaker met naam en faam tot vandaag, zorgde hier voor een staaltje “onoverwinnelijke” safety. De deur is 2,76m doorsnee, weegt 18 ton en …