Hoofdartikel

Thuis bij de bankiersfamilie de Camondo. Kunst en tragedie, vereeuwigd in de muren van een discreet stadspaleis

3 min ontdekkings-tijd

Weg van het centrum, stappen we door het mooie Parc Monceau, aangelegd door Alphand, de ‘parkarchitect’ van Haussmann. 

Hier voel je meteen een ander Parijs, het Parijs van de voormalige en huidige bankiersfamilies en aristocratische erfgenamen. Nu vaak discrete zetels van holdings en investeringsmaatschappijen. Eén voor één gevestigd in prachtige stadspaleizen met goud gelakt smeedwerk er omheen. Maar ook… security alom. 

Wat verderop komen we in de Rue de Monceau, een van de meest intrigerende straten van Parijs. Bijna elk huisnummer heeft hier een verhaal. Picasso’s ontdekker en galerist Daniel Henry Kahnweiler opent er in 1957 zijn ‘Galerie Louise Leiris’ in een verbouwd paleis van de familie de Rothschild.

Maar het meest touchante is dat achter nr. 63. We staan op het binnenplein van het Palais de Camondo, vandaag het minder bekende Musée Nissim de Camondo”.

Achter dikke muren in ‘pierre de taille’ schuilen opulente kamers vol meubels , snuisterijen en kunst uit de 18e eeuw. Het Ancien Régime werd hier vastgelegd als een bevroren tableau vivant. Een aandachtige bezoeker merkt ook enkele joodse accenten, een kandelaar en gebedenboek… Dit huis was dan ook de thuis van een familie met vele verhalen.

Investeringskansen in Parijs

Het geslacht van de Camondo’s, Sefardische joden uit Istanbul, was actief als bankiers van het Ottomaanse rijk. In 1869 vestigen ze zich ook in Parijs, op dat ogenblik in volle investeringsmodus. In opdracht van Napoléon III bouwt Haussmann er een nieuwe stad en er is financiering nodig. De Camondo’s zijn niet de enigen die naar Parijs komen.

Ook andere notoire joodse investeerders en bankiers vestigen zich rond die periode in de aankomende lichtstad: de Ephrussi’s, de Pereire’s, de Cernuschi’s en andere. De Rothschilds, die hier ook wonen, waren er al. De nieuwkomers kiezen allen hun stek aan het Parc Monceau en geven er een luxueus aanzien aan.

Omwille van zijn fascinatie voor het Frankrijk van Louis XV, bouwt Moïse de Camondo in 1910 zijn prestigieuze villa om tot een kopie van “Le Petit Trianon”, een heus stadspaleis. Zijn passie als collectioneur van kunst en meubelen uit het Ancien Régime beheerst zijn leven.

Rijk maakt niet altijd gelukkig.

Zijn zoon Nissim sneuvelt in de eerste WO als piloot in een luchtgevecht, in dienst van Frankrijk.  Moïse is er het hart van in. Als eerbetoon aan hem, schenkt Moïse, vlak voor zijn dood in 1935, zijn paleis, kunstcollectie incluis, aan de Franse staat.

Zijn genegenheid voor de Franse cultuur en zijn bijdrage aan de Franse economie, behoedt zijn familie enkele jaren later helaas niet voor de Naziterreur. Tijdens de tweede wereldoorlog, slaat het Vichyregime alles aan en verkwanselt het aan de Duitsers. Nissim’s offer ten spijt… 

Moïse’s dochter Beatrice, haar man Léon Reinach en hun kinderen Fanny en Bertrand, vergaat het nog erger. Ze worden in 1943 aangehouden en gedeporteerd naar Auschwitz, waar ze alle vier sterven. Hier eindigt dan ook het geslacht van de eeuwenoude familie de Camondo.

Tenslotte is er nog een ontroerende “anekdote”. Moïse huwde in 1891 met een “kunstwerk”, de wondermooie Irène Cahen d’Anvers. Auguste Renoir vereeuwigt haar in zijn doek ”la Petite fille au ruban bleu”. Ook dit schilderij wordt in Parijs door Goering in beslag genomen en verkocht aan een kunsthandelaar in Zwitserland. Later komt het via een veiling terug bij Irène.

download

Meer weten over de geschiedenis van de grote Joodse bankiersfamilies, hun deelname in het kapitaal van grote banken en hun realisaties in Parijs?  Dan vertellen we je dit op de ‘plaatsen delict’ op onze wandeling “Van Rothschilds & Refusés”.

Leestips:

  • “The Hare with the Amber Eyes”, Edmund de Waal, ISBN : 9780312569372
  • “Le dernier des Camondo”, Pierre Assouline, ISBN : 9782070745548