testimonials

Een nachtje onder het ex-dak van de Abwehr ?

3 min ontdekkings-tijd

Eindelijk ! De “Lutetia”, het enige ‘palace hotel’ op de linkeroever, is sinds 12 juli terug open.En hoe!

Om de “histoire héroïque” die dit icoon uitademt zelf opnieuw te proeven, drinken we er een in de eclectische Bar Joséphine en geven onze ogen de kost: waw, het Lutetia schittert opnieuw !

Misschien net zoals toen, voor kerstmis 1910. Op de Boulevard Raspail knipt een fiere Aristide Boucicaut, ook eigenaar van Le Bon Marché, het feestlint door en de glorieuze “Belle Epoque” verwelkomt een nieuw paleis met 233 kamers. Goed voorzien cliënteel van overal te lande zijn de eerste gasten. Het Lutetia is dan ook niet zomaar een ‘gebouw’. Boucicaut vertrouwt de opdracht toe aan de architecten Henri Taurin en Louis-Charles Boilau. Deze laatste kennen we ook van Le Palais Chaillot. Het moet immers top zijn. Ze ontwerpen een art déco parel, bouwen met nieuwe materialen als staal en glas en hun “hotel de luxe” gaat als een nieuw oceaanschip voor anker op de mondaine Boulevard.Daar zijn de gasten al: James Joyce, Picasso, Peggy Guggenheim, Joséphine Baker, Antoine de Saint-Exupéry … en vele andere wereldburgers.

Kunst, filosofie en politiek vinden er een broedplaats, we zijn niet voor niets op de linkeroever. Ook de “vluchtelingen”, rijke Russen die in 1917 de oktoberrevolutie niet kunnen smaken, zijn er welkom. Vanaf 1939 ook vele joodse schrijvers, wetenschappers, artiesten…op vlucht voor het nazisme.

Een graag geziene brasseriegast is generaal Charles de Gaulle. Als op 10 juni 1940 zijn wagen voorrijdt is er duidelijk groot onheil op komst. Vier dagen later, op 14 juni, nemen de nazi’s Parijs in en weer vier dagen later volgt dan zijn beroemde “Appèl du 18 juin”:

“Quoi qu’il arrive, la flamme de la résistance Française ne doit pas s’éteindre et ne s’éteindra pas!”

Ondertussen pikken in Parijs de Duitsers de mooiste hotels in, om hun ‘diensten’ te herbergen. Zo confisceert de Abwehr het Hotel Lutetia als hun hoofdkwartier.

Parijs is bezet, de ellende begint. Het is dan ook mooi dat na de oorlog, dit hotel“op bevel van Generaal de Gaulle” voorbehouden wordt voor de oorlogsslachtoffers, de gedeporteerden, de teruggekeerden uit de concentratiekampen.  Emotionele taferelen spelen zich af op de trappen. Families zoeken er naar overlevenden, naar nieuws… Een bord op de gevel herinnert ons hier aan. Isabelle Bouvier, de huidige manager: “ dit hotel was altijd een spiegel van het wereldgebeuren”.

In 1955 gaat het hotel over in handen van de “champagnedynastie “ Taittinger, die tot vandaag een Cuvée Lutetia in haar aanbod heeft.

Maar ook schoonheid is na 100 jaar onderhevig aan verval. De rode lopers waren versleten en de concièrges sloegen er maar wat naar. In 2010 verwerft Alfred Akirov, de Israëlische groot-investeerder van de groep Alrov, de Lutetia.

In 2014 start de renovatie van architect Jean-Michel Wilmotte. Nu 4 jaar later en met een kostenplaatje van 234 miljoen $, schittert het weer in volle glorie.

Donker marmer, veel licht, eucalyptushout, zwembad, spa, bars, restaurants en 184 kamers. Of wil je liever een suite ?

Onze ‘Bar Joséphine’ is volop in ere hersteld en straks opent ook Brasserie Lutetia met topchef Gérald Passedat, notoir Michelinsterren-verzamelaar uit Marseille.

Mee een ‘Joséphine’, een ‘Aristide’ of een ‘Negroni Signature’ proeven in de Lutetia ?

Dat kan op onze route “Van Austerlitz tot Gainsbourg”.

(KLIK HIER EN GA TERUG NAAR OVERZICHT : PARIJS LEEFT – DEEL 1)