Artikel

EUGENE FRANCOIS VIDOCQ: topcrimineel wordt Chef de la Sûreté Nationale

4 min ontdekkings-tijd

Stroper wordt boswachter.

De schitterend gerestaureerde Salle Labrouste van de Bibliothèque Nationale slaat onze gasten met verstomming. Maar dat doet het daarop volgende misdaadverhaal evenzeer! Plaats delict is de Galerie Vivienne, een originele Passage uit 1832. Bij de gerenommeerde wijnbistro “Lucien Legrand Filles et Fils” wapenen we ons met een glas frisse, witte St.Joseph of uitgelezen Macon. Om er tegenaan te kunnen. Want het wordt spannend, nu. Het glas in de hand, sluiten we de rangen bij het huisnummer 13. Een magisch getal.  Hier sticht Eugène François Vidocq zijn “private investigation” bureau. Het eerste op het continent. E.F. Vidocq lijkt in de wieg gelegd voor een loopbaan als crimineel. Hij kan het stelen niet laten en is een eersteklas amokmaker. Reeds op 13 jarige leeftijd belandt “Le Vautrain” – de wilde beer – in de gevangenis. Hij gaat door op dat elan: diefstal, geweld, desertie, gevangenis in en uit. Vaak via spectaculaire ontsnappingen. Gênant voor de overheid. Als twintigjarige duikt hij op in het Parijs van Napoleon I.

Schatrijk en oppermachtig.

Daar ontplooit hij ook zijn ander ‘talent’, dat van womanizer eersteklas. Zelfs dames van hoge stand vallen er voor zijn charmes. Al snel ontwikkelt hij een nieuw ‘netwerk’ in de snelgroeiende ‘crime scene’ vol boeven, gokspelen, bordelen en criminelen. Politiechef Jean Henry is er ten einde raad. Tot… zich de oplossing aandient in de persoon van Meesterboef Vidocq. Die stelt politiechef Henry voor hem als “undercover informant” te helpen met het klissen van dieven en moordenaars.

En kijk, het lukt ! Zo goed zelfs dat de tevreden politiechef in 1811 een heuse “Brigade de la Sûreté” in het leven roept met aan het hoofd… Vidocq.  Omwille van het grote succes in Parijs, breidt Napoleon I het experiment uit tot het gehele land. De Sûreté Nationale is geboren. Vidocq promoveert mee als “Chef de la Sûreté Nationale”. Alles loopt gesmeerd. Het aantal opgeloste zaken stijgt spectaculair. Vidocq wordt schatrijk en oppermachtig. Tot stilaan de rechters vaststellen dat ze toch wel héél veel criminelen terug moeten vrijlaten. Telkens bij gebrek aan bewijs. Hoogst eigenaardig…Dat komt natuurlijk doordat Vidocq op een heel speciale wijze te werk gaat: in het diepste geheim gooit hij het op akkoordjes met “mes amis”. Boeven, oplichters, daklozen en schorremorrie. Daarbij “betrapt” hij hen en geeft hen aan. Zij bekennen meteen schuld en gaan een paar maand of langer de gevangenis in.  “Tegen kost en inwoon”. “En surplus”, betaalt Vidocq hen nog een stuk van de royale commissie die hij telkens opstrijkt. Iedereen wint… behalve de politie.Wanneer hij het té bont maakt, wordt de Chef de la Sûreté ontmaskerd.  Adieu royaal baantje. Uit eerlijke schaamte houdt de overheid de reden voor zijn ontslag geheim.

Ondernemen.

Dat laat Vidocq toe verder te “ondernemen”. Het is ondertussen 1832, het jaar van “Les Misérables” en tijd voor zijn nieuw “aanvalsplan”. Burgerkoning Louis Philippe is met zijn Monarchie de Juillet twee jaar aan de macht en moedigt initiatief en ondernemen aan. En dus richt Vidocq zijn eigen “Bureau de Renseignements” op.  Het eerste detective en “vigilante” bureau op het vasteland. Ook nu roept hij de hulp in van zijn “crimi-vriendjes”. Die krijgen de opdracht aristocratische woningen en stadspaleizen onveilig te maken. Je weet wel…schaduwen in de tuin, silhouetten op het domein, venterruiten aan diggelen…Vooral begoede weduwes vormen het doelwit. Maar wees gerust… de volgende dag krijgen de bibberende dames al een brief met een mogelijke oplossing: professionele bescherming door de detectives van niemand minder dan… Eugène François Vidocq, “Ancien Chef de la Sûreté Nationale”! Tegen een fikse vergoeding, natuurlijk en “un abonnement de sûreté”. Zo groeit opnieuw een bloeiende business vanuit dit N°13. De bloedige revolutie van 1848 brengt echter nieuwe leiders aan de macht. Republikeinen. Vidocq krijgt het dus knap lastig met zijn verleden, wordt vervolgd, gevangen gezet, ziek en sterft op 81 jarige leeftijd.

Oh ja… ook zijn talent als verleider krijgt nog een staartje. Bij zijn dood in mei 1857 bieden zich ten huize Vidocq niet minder dan elf “weduwes” aan. Elk in het bezit van een “uniek” document als “enige erfgename”…

Niet alleen de “Groten” uit de gidsen, maar ook talrijke ‘pittige’ figuren zoals Vidocq, komen terug tot leven tijdens onze wandeling “ Van Opera tot Opera” op de rechteroever.