Hoofdartikel

‘Verbod aan God’ François de Pâris en zijn Saint-Médardkerk

5 min ontdekkings-tijd

« Duizenden mensen komen naar zijn graf op het kerkhof van Saint-Médard waarbij men niet meer weet of men zich op een kerkhof bevindt of in een theater” tekent Barbier in 1729 op in zijn kronieken over het dagelijks leven in Parijs. Er gebeuren dan ook vreemde dingen op het graf van de vrome diaken François de Pâris. Met dreigende politieke gevolgen. Lodewijk XV grijpt in. Met een verbod aan God.  

Hij werkt met zijn handen!

De jonge François de Pâris loopt school bij de kanunniken van Sainte-Geneviève, naast de gelijknamige kerk, vandaag het Pantheon. In 1713 treedt hij in het klooster en wijdt zich aan ascese en liefdadigheid. Maar wat François nog het meest onderscheidt: “Il travaille de ses mains!”. Dat betekent niet dat hij geen aandacht schenkt aan de intellectuele disputen binnen de Heilige Kerk.

Daar rommelt het opnieuw. Lodewijk XIV heeft net het Edict van Nantes herroepen en daarmee de laatste hugenoten uit het land gejaagd of er rolt al een nieuwe golf van ketterij aan. Deze keer zijn het de jansenisten, genoemd naar de Leuvens hoogleraar en bisschop van Ieper, Cornelius Jansenius. Ze verwerpen de onfeilbaarheid van de paus en Maria’s Onbevlekte Ontvangenis. 

In Frankrijk slaan deze ideeën aan. Vooral door de misnoegdheid over de familiale en politieke verstrengeling van het koningshuis met de kerkelijke top. 

“Secourez-moi!”

François de Pâris, jansenist, is ondertussen diaken en boekt met zijn godvruchtige dienstbaarheid succes in zijn parochie en tot ver daarbuiten. Hij krijgt de steun van de aartsbisschop van Parijs, de machtige Kardinaal de Noailles. In zijn twisten met de koning komen François en zijn jansenisten Noailles goed van pas. In 1727 sterft François, hij is 37. Zijn bescheiden hebben en houden laat hij na aan de armen. De aartsbisschop van Parijs wil hem heilig verklaren. Een jansenistische heilige? “Mon Dieu!”. Kardinaal de Noailles rijdt met zijn intentie niet alleen tegen de kar van de kerk maar ook tegen de koets van de koning. Die vertegenwoordigt nu eenmaal God op aarde. Op dat moment is dat die van Lodewijk XV die in 1715 zijn overgrootvader is opgevolgd. 

Ondertussen vergaart het graf van François allesbehalve mos. In de schaduw van de Saint-Médardkerk is het uitgegroeid tot bedevaartsoord voor militante jansenisten. Sinds kort geschieden daar ook wonderbaarlijke genezingen. Die lokken een kleurrijk publiek van zieken, genezers en charlatans. Vanaf 1731 worden er zelfs geheel nieuwe ‘belevingen’ gesignaleerd. 

Luisterend naar de naam ‘convulsionnaires’ of ‘verkrampten’ vinden zieken met ‘convulsions’ of ‘krampen en samentrekkingen’, er genezing. Niet door gebed of zalf maar door lichamelijk geweld. Op uitnodiging van de smekende zieke: “Secourez-moi!”, gaan genezers hem of haar te lijf met stok of blote hand. Er wordt geduwd, getrokken en geschreeuwd. Zieken en genezers werpen zich in trance op het graf van François. Met succes. Hun aantal stijgt zienderogen. Op het kerkhof is het spektakel troef.

De par le Roi…

De gebeurtenissen op het kerkhof mogen dan rocambolesk zijn, op enkele jaren tijd muteert het jansenisme in Frankrijk van een religieuze beweging naar een politieke. Bisschoppelijke bevelen worden openlijk aangevochten in het Parlement en een deel van de adel steunt de opstand. Ministers, kardinalen, advocaten en dokters debatteren over de heiligverklaring van François, over zijn populaire bedevaartsoord en over de mirakelen met de ‘convulsionnaires’. Boekdelen worden volgeschreven.

Boven de kist van François is het drukker dan ooit. In de ogen van de macht is zijn laatste rustplek verworden tot een oord van verderf en ondermijning van het gezag. De maat is vol. 

Op 27 januari 1732 ordonneert Lodewijk XV dat ketters op het kerkhof van Saint-Médard misbruik maken van de goedgelovigheid van rechtschapen katholieken. En van de noden van behoeftigen. Hij laat het sluiten. s’ Anderendaags trekken de ‘Garde du Guet’ en de ‘Guet à cheval’, de bereden stadswacht, de wacht op aan het hekken. Samen drijven ze hardleerse ketters uiteen en jagen wanhopige zieken met hun genezers de besneeuwde straten op. 

Maar doeltreffender dan soldaten- en paardengeweld blijkt één enkel zinnetje dat Lodewijk XV laat aanbrengen op een bord boven de ‘grille’ van het kerkhof. Fijntjes zet hij ermee de puntjes op de i. Het rijmt nog wonderwel ook:

“De par le Roi, défense à Dieu

De faire miracle en ce lieu »

Beleef mee deze unieke geschiedenis op de plaats van het gebeuren tijdens onze tocht op de linkeroever aan de St.Medard kerk.