All posts tagged: Van Opera tot Opera

Francois PINAULT en Tadoa ANDO

Luxepausen François Pinault (Kering) en Bernard Arnault (LVMH) bekampen mekaar ook met… kunst !

Parijs is altijd in beweging. De nieuwerwetse gebouwen van het megalomane shoppingcenter “ Forum des Halles” uit 1973, gingen gelukkig al enkele jaren terug tegen de vlakte.  Het was al bij al een architecturale miskleun die het centrum van Parijs ontsierde, en je het zicht en de zuurstof ontnam. Op deze historische marktplaats, “Le Ventre de Paris” zoals Zola ze in zijn gelijknamige roman noemt, verschijnen tussen 1852 en 1870 tien prachtige “art nouveau” hallen van de hand van architect Victor BALTARD.  Het is een unieke urbanisatie ingreep, die kadert in de algehele transformatie van Parijs door Haussmann. Deze ranke formatie van hallen in gietijzer en glas, elk met een eigen productgamma – groenten, vis, vlees, kruiden, specerijen en meer, gaat na de verhuis van de “vroegmarkt” naar Rungis (1969) eveneens tegen de vlakte . Eigenlijk slechts 8 ervan, twee kregen een nieuwe opbouw, waarvan eentje in Japan. Helaas echt gebeurd begin de jaren zeventig toen monumentenzorg quasi onbestaand was in Parijs.     Maar… sinds 2016 transformeert de huidige “Halles-site”, nu in een mooie groene …

De Notre-Dame herrijst !

Er zijn gebeurtenissen in de wereld waarvan je altijd zult herinneren waar je was. Mooie als, de landing op de maan, trieste als de twin-tower aanslag .Helaas komt maandag 15 april 2019 in dit laatste rijtje: De Notre-Dame in brand, Parijs weent, heel de wereld focust op dit éne monument. Ook voor ons Dirk en Raf , Parijs gepassioneerd ,en voor allen die Parijs in hun hart dragen een gevoel van diepe treurnis. Gelukkig zie je dan hoe snel de middelen voor de heropbouw toestromen, misschien wil je dat ook doen, hier alvast een officiële link: https://don.fondation-patrimoine.org/SauvonsNotreDame/~mon-don      

Verhalend door Parijs trekken: top!

Luc Vanden Daelen schreef ons een mooie mail. Lees mee: Dirk en Raf, jullie namen ons mee op ontdekking doorheen Parijs. Jullie waren geen gidsen maar begeleiders en deelgenoten van onze groep. Jullie gaven net dat extraatje wat een gids, wegens afstandelijkheid, niet kan geven. Bij jullie start de ontdekking waar de klassieke gids stopt. De verhalende manier van rondleiden deed ons wegdromen naar de oorsprong van de dingen die we zagen en deed ze herleven. Het ‘hoe’ en het ‘waarom’ werd op een speels anekdotische manier verteld  en maakte het geheel verrassend boeiend.  Het enthousiasme was dan ook enorm.  Nogmaals bedankt hiervoor ! Beste groeten, Luc Vanden Daelen business club Den Elfder Roeselare      

EUGENE FRANCOIS VIDOCQ: topcrimineel wordt Chef de la Sûreté Nationale

Stroper wordt boswachter. De schitterend gerestaureerde Salle Labrouste van de Bibliothèque Nationale slaat onze gasten met verstomming. Maar dat doet het daarop volgende misdaadverhaal evenzeer! Plaats delict is de Galerie Vivienne, een originele Passage uit 1832. Bij de gerenommeerde wijnbistro “Lucien Legrand Filles et Fils” wapenen we ons met een glas frisse, witte St.Joseph of uitgelezen Macon. Om er tegenaan te kunnen. Want het wordt spannend, nu. Het glas in de hand, sluiten we de rangen bij het huisnummer 13. Een magisch getal.  Hier sticht Eugène François Vidocq zijn “private investigation” bureau. Het eerste op het continent. E.F. Vidocq lijkt in de wieg gelegd voor een loopbaan als crimineel. Hij kan het stelen niet laten en is een eersteklas amokmaker. Reeds op 13 jarige leeftijd belandt “Le Vautrain” – de wilde beer – in de gevangenis. Hij gaat door op dat elan: diefstal, geweld, desertie, gevangenis in en uit. Vaak via spectaculaire ontsnappingen. Gênant voor de overheid. Als twintigjarige duikt hij op in het Parijs van Napoleon I. Schatrijk en oppermachtig. Daar ontplooit hij ook zijn ander ‘talent’, dat …

 “Zoiets moeten we ook in Berlijn bouwen, Herr Speer !”

23 juni 1940, 6 uur ‘s ochtends. Een goedgeluimde Etienne Debray haalt de rolluiken van zijn lucratieve krantenkiosk op. Hij heeft hier een uitstekend plekje, op het voetpad tegenover het Café de la Paix, waar de Boulevard des Capucines uitmondt op de Place de l’Opéra. Veel volk, elke dag. Daags voordien ondertekent Frankrijk in Compiègne de wapenstilstand met de Duitsers. Maar tot nu toe heeft Etienne nog geen ‘boches’ gezien. Hij schikt zijn dagbladen voor zijn vroege klanten, als motorengeronk en geroep zijn routine verstoren. Hij versteent. “Pas vrai, c’est lui ! L’homme qui vient de faire tomber la France !”Onder een veel te grote pet herkent Etienne hem aan dat snorretje.  Ook aan die lange lederen mantel tot bovenaan dichtgeknoopt: Hitler. Samen met Albert Speer en Arno Breker, de architect en de beeldhouwer van het Derde Rijk, is de Führer die dag om 5.30 u met zijn viermotorige Condor geland op Le Bourget. Hij wil zijn nieuwste verovering aanschouwen. Met een colonne van vijf Benz berlines met opgerold dak, een fotograaf, een cameraman en …

Rue Réaumur, een oase van architectuur

  Dat Parijs onder “ le second Empire” met  Napoleon III en de urbanist Haussmann zich transformeerde van middeleeuwse chaos tot een wereldstad hebben we in andere bijdragen al aangehaald. (link)Urbanisme is één zaak, hoe die straten er dan echt uitzien is soms verbluffend. De Rue Réaumur , te paard tussen het tweede en derde arrondissement, tussen La Bourse en de Arts et Métiers,  is een spectaculair voorbeeld. De straat wordt gerealiseerd tussen 1895 en 1896 en de gebouwen krijgen vorm als resultaat van een architectuurwedstrijd. De eerste wedstrijd op een zo grote schaal. Het is het tijdperk van de nieuwe materialen, de tweede industriële revolutie zorgt op grote schaal voor staal, gietijzer en beton. Hiermee gaan de architecten gaan aan de slag..  Het resultaat is enerzijds een diversiteit aan gebouwen, anderzijds een grote homogeniteit in materialen. Ze zijn helder, beschikken over hoge plafonds en grote ruimtes. Het zijn vooral groothandels, textielhandelaars, pers en banken die zich hier vestigen. Prestige verzekerd in deze hoogtepunten  van moderniteit. Het is dan ook een lust voor het oog …

De Parijse juwelen processie 

Halfweg 19e eeuw, Napoleon III en Haussmann hebben elkaar al een tijdje gevonden. Parijs herrijst als de nieuwe open “ville lumière” . In de buurt van de Opera Garnier ( 1875) bij de prestigieuze Galeries Lafayette, op de huidige Boulevard Haussmann, vestigt zich in 1905 de eerste Franse bank: de Societé Générale.   In prachtige Art Nouveau geinspireerde stijl zet Architect Jacques Hermant er een imposant  gebouw neer. Een ware ontdekking. We komen binnen en schuiven over de marmeren vloer naar de grote koepelzaal. Een enorme glazen koepel, rustend op metershoge bronzen pijlers, met een visuele overdaad aan kleuren en symbolen overspant de lokettenzaal. De oude “guichets” en “comptoir de bois” zijn nog steeds in gebruik. Omwille van zijn reusachtige ronde vorm, benoemen de insiders dit geheel  “le fromage”. In alle stilte wandelen we er rond en nemen de smeedijzeren en met slangen en eikenbladen versierde trap naar de sous-sol. Daar ligt het echte “geheim”: La Salle des Coffres. Direct voor je zie je de immense glinsterende kluisdeur en de merknaam FICHET. Ja, de slotenmaker met naam en faam tot vandaag, zorgde hier voor een staaltje “onoverwinnelijke” safety. De deur is 2,76m doorsnee, weegt 18 ton en …

Eiffeltoren verkocht !

Onwaarschijnlijk maar waar. De transactie gebeurde waar we nu staan, in het pas gerenoveerde Hotel de Crillon, aan de Place de la Concorde.  Marie Antoinette kreeg er nog pianoles en misschien daarom had Leonard Bernstein er later ook zijn vaste suite. Maar dat staat in alle gidsen over deze plek,  dus ‘passons’. Veel minder gekend, is dat in dit hotel de Eiffeltoren werd verkocht. Op een dag in april 1925 nemen zes mannen plaats rond een tafel in een keurige suite op de derde verdieping van de Crillon. Vandaar hebben ze een prachtig uitzicht op de Eiffeltoren. De zes zijn er samen om een uiterst gevoelig onderwerp te bespreken: de verkoop van de toren. Vijf onder hen zijn grote schroothandelaars, de zesde is een hoge functionaris van de overheid en van de stad Parijs.  Hij heeft de handelaars uitgenodigd. Omwille van de oplopende onderhoudskosten en de dalende belangstelling wil Parijs van zijn toren af. De overheid zal de 7.300 ton staal, de 15.000 stalen balken en de 2,5 miljoen bouten, verkopen aan de meest biedende. …

Rue des Rosiers: “la petite Pologne aux airs du Sud”

Treffender kan je deze plaats niet beschrijven. In haar joodse bakkerij verkoopt Florence Finkelstein ‘gefilte fish’en ‘blinis’ of heerlijke ‘käsetorte’. In de boetiek er naast ontdek je stoffen in warme, zuiderse kleuren.  Verderop mengen zich de geuren van couscous met die van augurken en ‘gehakte herring’.Van oudsher is de Rue des Rosiers, in het hartje van de Marais, de joodse ‘Pletzl’ van Parijs.Vooral Asjkenazische joden uit Oost-Europa vestigen er zich. De grote toestroom komt echter pas na de Franse Revolutie in 1789. Net als andere burgers krijgen ook de joden hier meer rechten, terwijl ze in Polen of Rusland nog steeds worden vervolgd door progroms. Napoleon I geeft een extra impuls aan hun migratie door in 1806 de joodse cultus te erkennen. In de loop van de 19de eeuw neemt hun aantal gestadig toe tot ongeveer 110.000 voor WO II. Tien jaar na de oorlog, in de loop van de jaren ‘50 en ’60 komt een nieuwe immigratiestroom op gang. Deze keer van Sefardische joden uit Noord-Afrika. Zij voegen hier andere geuren en kleuren toe: …

Uplace uit 1826: Galerie Véro-Dodat

Winkelen en wandelen “in de luxe en rust van een mooie Promenade”. Dat is wat de charcutiers Véro en Dodat in 1826 met hun nieuwe Galérie aanbieden aan de passanten. Geen ongemakken van regen of wind, schichtige paarden of denderende koetsen in dit nieuwe ‘belevingscentrum’ avant la lettre.  Véro en Dodat trekken naar Parijs tijdens de Restauratie (1815-1830) en vestigen zich met hun Charcuteries in de buurt van Les Halles, toen de grootste voedselmarkt van Parijs. Al snel hebben ze door dat speculeren in vastgoed immens lucratiever is dan de verkoop van hun fijne vleeswaren. Met hun overdekte passage  tussen het Palais Royal en Les Halles korten ze de afstand in, tussen deze twee drukke plaatsen.  Al snel ontdekt iedereen deze ‘raccourci’ en het wordt een groot succes. Vandaag is de Galerie Véro-Dodat een van de mooiste passages couverts op onze routes. Ook architecturaal: onder de prachtig beschilderde plafonds, vinden we een dertigtal boetieks waaronder die van Louboutin. De hoge uitstalramen en deuren zijn gevat in glimmend koper. Wanneer in de vooravond de glazen verlichtingsbollen opflakkeren, hult de Véro …