All posts tagged: Van Opera tot Opera

De Parijse juwelen processie 

Halfweg 19e eeuw, Napoleon III en Haussmann hebben elkaar al een tijdje gevonden. Parijs herrijst als de nieuwe open “ville lumière” . In de buurt van de Opera Garnier ( 1875) bij de prestigieuze Galeries Lafayette, op de huidige Boulevard Haussmann, vestigt zich in 1905 de eerste Franse bank: de Societé Générale.   In prachtige Art Nouveau geinspireerde stijl zet Architect Jacques Hermant er een imposant  gebouw neer. Een ware ontdekking. We komen binnen en schuiven over de marmeren vloer naar de grote koepelzaal. Een enorme glazen koepel, rustend op metershoge bronzen pijlers, met een visuele overdaad aan kleuren en symbolen overspant de lokettenzaal. De oude “guichets” en “comptoir de bois” zijn nog steeds in gebruik. Omwille van zijn reusachtige ronde vorm, benoemen de insiders dit geheel  “le fromage”. In alle stilte wandelen we er rond en nemen de smeedijzeren en met slangen en eikenbladen versierde trap naar de sous-sol. Daar ligt het echte “geheim”: La Salle des Coffres. Direct voor je zie je de immense glinsterende kluisdeur en de merknaam FICHET. Ja, de slotenmaker met naam en faam tot vandaag, zorgde hier voor een staaltje “onoverwinnelijke” safety. De deur is 2,76m doorsnee, weegt 18 ton en …

Eiffeltoren verkocht !

Onwaarschijnlijk maar waar. De transactie gebeurde waar we nu staan, in het pas gerenoveerde Hotel de Crillon, aan de Place de la Concorde.  Marie Antoinette kreeg er nog pianoles en misschien daarom had Leonard Bernstein er later ook zijn vaste suite. Maar dat staat in alle gidsen over deze plek,  dus ‘passons’. Veel minder gekend, is dat in dit hotel de Eiffeltoren werd verkocht. Op een dag in april 1925 nemen zes mannen plaats rond een tafel in een keurige suite op de derde verdieping van de Crillon. Vandaar hebben ze een prachtig uitzicht op de Eiffeltoren. De zes zijn er samen om een uiterst gevoelig onderwerp te bespreken: de verkoop van de toren. Vijf onder hen zijn grote schroothandelaars, de zesde is een hoge functionaris van de overheid en van de stad Parijs.  Hij heeft de handelaars uitgenodigd. Omwille van de oplopende onderhoudskosten en de dalende belangstelling wil Parijs van zijn toren af. De overheid zal de 7.300 ton staal, de 15.000 stalen balken en de 2,5 miljoen bouten, verkopen aan de meest biedende. …

Uplace uit 1826: Galerie Véro-Dodat

Winkelen en wandelen “in de luxe en rust van een mooie Promenade”. Dat is wat de charcutiers Véro en Dodat in 1826 met hun nieuwe Galérie aanbieden aan de passanten. Geen ongemakken van regen of wind, schichtige paarden of denderende koetsen in dit nieuwe ‘belevingscentrum’ avant la lettre.  Véro en Dodat trekken naar Parijs tijdens de Restauratie (1815-1830) en vestigen zich met hun Charcuteries in de buurt van Les Halles, toen de grootste voedselmarkt van Parijs. Al snel hebben ze door dat speculeren in vastgoed immens lucratiever is dan de verkoop van hun fijne vleeswaren. Met hun overdekte passage  tussen het Palais Royal en Les Halles korten ze de afstand in, tussen deze twee drukke plaatsen.  Al snel ontdekt iedereen deze ‘raccourci’ en het wordt een groot succes. Vandaag is de Galerie Véro-Dodat een van de mooiste passages couverts op onze routes. Ook architecturaal: onder de prachtig beschilderde plafonds, vinden we een dertigtal boetieks waaronder die van Louboutin. De hoge uitstalramen en deuren zijn gevat in glimmend koper. Wanneer in de vooravond de glazen verlichtingsbollen opflakkeren, hult de Véro …

Een dodelijk beroep… 

De vroegere Rue de la Mortellerie was de woon- en werkplek van ‘les morteliers’.  Zij maalden stenen tot cement en daar kwam veel water aan te pas. Uit de Seine, vlakbij. In 1832, ook het jaar van Les Misérables, werd Parijs getroffen door een grote cholera epidemie. Hoe dit de aanleiding was om de straatnaam te veranderen, ontdek je op stap met Raf en Dirk op de route ” Van Opera tot Opera”   

Een verborgen Keith Haring in Parijs.

‘La Chapelle des Charcutiers’ is een duister achterafkapelletje in de Saint-Eustache, de grote kerk van Les Halles.Toch wenkt ons een intrigerend lichtpunt: een op deze plek totaal onverwacht werk van niemand minder dan Keith Haring. Op een triptiek toont hij ‘L’Enfant Rayonnant’. Uitgevoerd in brons onder een patine van wit goud symboliseert het kind energie, onschuld en hoop, in de gekende Haring-stijl. Het is een werk dat gelovige of ongelovige even doet stilstaan. De kerk gaf het deze bijzondere plaats omwille van de bijdrage die Keith Haring leverde aan de strijd tegen aids. Ziekte, waar hij zelf aan stierf in 1990, op 32 jarige leeftijd.

La Salle Labrouste, ongeziene architecturale parel.

Eind de jaren ’90, verhuisden grote delen van de collectie van de Bibliothèque Nationale de France naar de nieuwe Grande Bibliothèque François Mitterrand, op de linkeroever. De prachtige historische site in het hart van Parijs met haar twee unieke zalen, de Salle Ovale en de Salle Labrouste, verloor haar glans. Tot in 2001 werd beslist om er na de oprichting van het Institut National d’Histoire de l’Art (INHA), de Bibliothèque d’Art et d’Archéologie in onder te brengen. De Salle Labrouste, een architecturaal hoogstandje van architect Henri Labrouste – die ook de Bibliothèque Sainte Geneviève ontwierp – werd nu, na zes jaar renovatie terug opengesteld: een parel waarin je je meteen in Istanbul waant. Wij werden er rondgeleid door de Conservateur en Chef, met een boon voor de correspondentie van Delacroix, Pissarro, Renoir, Sisley, Lautrec, Rodin en andere kunstenaars, die er zorgvuldig gerestaureerd en bewaard wordt. De collectie gaat van middeleeuwse manuscripten over wereldkaarten uit de Renaissance, muziekpartituren van Bach tot Chopin, stempels, munten, lithografieën tot fotografie van Nadar, Cartier-Bresson, Doisneau en vele anderen. Na deze …