Artikel

“Taxi ! Taxi ! … A la guerre svp !”

3 min ontdekkings-tijd

Voorbij het oudste anatomisch theater van Parijs, wandelen we een gezellig parkje in.Verrast kijkt iedereen naar het unieke zicht op de Notre-Dame. Deze intieme plekje groen is dan ook weinig of niet gekend: het Square Réné Viviani. “Réné wie ?”

Al snel duwt de vraag ons richting augustus 1914.

Na hun doortocht door België, rukken de Duitse generaals Von Klück, Von Bülow en Von Hausen met hun respectievelijk 1ste, 2de en 3de leger versneld op, richting Parijs. De overige Duitse legers vallen aan in de Elzas, Lotharingen en de Vogezen.Van uit zijn hoofdkwartier in Vitry-le-François coördineert Maréchal Joffre de Franse verdediging.In Parijs heeft president Raymond Poincaré net de socialist Réné Viviani aangesteld als nieuwe premier. Maar veel tijd om te ‘regeren’ krijgt hij niet. Immers, op 3 september bivakkeren Duitse troepen al op enkele tientallen kilometer boven Parijs.Nog diezelfde dag vlucht Poincaré met zijn regering naar Bordeaux. Parijs staat nu onder bewind van militair gouverneur Général Galliéni.

Voor de Duitsers verloopt alles nog naar plan, het Von Schlieffen-plan(sic!). Dat mikt op een snelle omsingeling en vernietiging van het Franse leger. Cruciaal daarin is de opmars van het 1ste Duitse leger, dat in een wijde boog langsheen het Kanaal, eenmaal onder Parijs, landinwaarts moet afzwenken en de Fransen in de rug aanvallen. Dit karwei moet binnen de zes weken geklaard zijn want Keizer Willem II wil zijn troepen inzetten tegen de Russen.

Maar… dat is gerekend zonder het branie van Galliéni. En zonder de vergissing van Von Klück.

Die jaagt zijn doodvermoeide, gedemotiveerde troepen steeds sneller op. Wellicht is schrik voor uitputting en muiterij de reden waarom Von Klück plots besluit om reeds ten noorden van Parijs landinwaarts af te draaien. Een dodelijke vergissing… Een Franse piloot ontdekt de beweging.

“Ze draaien af… ze bieden ons hun flank!” juicht Galliéni.

Nu Parijs niet langer bedreigd wordt, beslist hij zijn Parijse garnizoen naar het front te sturen. Groot probleem: de treinen alleen kunnen het transport naar de Marne niet aan…

Dat is het moment waarop Galliéni de taxi’s van Parijs convoceert. Er rijden er op dat moment zo’n 10.000 en Galliéni heeft er 1.200 nodig om de laatste 6.000 soldaten naar het front te voeren.

Op 6 september, rond 22 uur, verschijnen honderden roodkleurige taxi’s, vooral Renaults, maar ook enkele De Dion Boutons, Brasiers en Unics, op het appèl voor Les Invalides. Dag en nacht voeren de Parijse taxi’s de ‘poilus’ naar de Marne.

Op 8 september ’s ochtends krijgt de moegestreden verdediging daar plots welkome versterking vanuit Parijs. Het vervolg kennen we.

De slag aan de Marne eindigt in een nederlaag voor de Duitsers. Maar ook niet in een definitieve overwinning voor de Fransen, Belgen en Engelsen. Aan deze frontlinie, van pakweg Ieper tot voorbij Verdun, zal nog vier jaar oorlog woeden.

Maar… Parijs is gered! De Duitsers zijn die keer, in tegenstelling tot in 1815, 1870 en 1940-45, niet tot in Parijs geraakt.

“Les Taxis de la Marne”, een soort oorlogshelden op vier wielen, werden een mythe.

Echter, eerlijkheid tegenover onze PassionParis-gasten gebiedt ons hen correct te informeren: neen, hoe spectaculair ook, deze actie heeft geen beslissend impact aan het front zelf. Maar als spontaan bondgenootschap tussen burgers en soldaten, betekent ze wel een enorme psychologische opsteker voor de Fransen.

En een financiële voor de eigenaars van het taxibedrijf, de ‘Compagnie Française des Automobiles de Place’. Comte André Walewski, Baron Rognat en de Banque Mirabaud & Cie, ontvangen van de overheid het toenmalige fortuin van 70.000 FF. Niet meer of minder, dan het bedrag dat de taximeters aanduidden.

“Les Taxis de la Marne” en andere pittige geschiedenissen, ontdek je op onze route

“Van Austerlitz tot Gainsbourg”