Artikel

Van grisette tot… Grande Horizontale

5 min ontdekkings-tijd

Het Palais Royal is op zijn mooist als de avond valt. Dan strooien de oude lantaarns hun koperkleurig licht uit onder de arcades. Het is er dan heerlijk romantisch. Evenwel ging het er voorheen niet altijd zo romantisch aan toe.

‘Une variante collective et très avancée du sans-culottisme’

Niet alleen wordt het vak der liefde er bedreven in de etablissementen onder de nu zo vredige arcades, maar ook in de vele houten ‘cabanes’ op het binnenplein. Etsen van toen tonen eerder een rommelige ‘foor’ dan de bloeiende paleistuin van vandaag. Veel dames die op dat ogenblik hun beroep uitoefenen in het Palais Royal, prijken in de Catalogue des Filles à la Cuisse Légère’.

Ze hebben er ook alle belang bij: hij prijst hun kwaliteiten en vaardigheden aan en verantwoordt hun tarief. De liefhebbers stromen toe uit geheel Europa. Daarom is de ‘Guide Sentimental de l’Etranger’ zo succesvol. Hij biedt houvast voor het maken van de juiste keuze uit de om en bij 2000 prostituées actief in en rond het paleis.  Het gaat er dan ook duchtig aan toe. In Le Caveau du Sauvage ( nr 83-92), naast restaurant Le Grand Véfour, ‘étaient donnés des spectacles que l’on qualifierait aujourd’hui de “hard”’. Ook het Café des Aveugles (nr 103) trekt ruw volk met zijn blindenorkest. De muzikanten zien immers niet ‘comment on y pratiqua une variante collective et très avancée du sans-culottisme’.

Prostitutie wordt vandaag geassocieerd met armoede en uitbuiting. Maar in het Parijs van de 18de, 19de en begin 20ste eeuw kan je er ook – soms – heel erg rijk mee worden. Dat gaat zo…

Hiërarchie

Je begint vaak arm. Helemaal onderaan de ladder van de Parijse prostitutie staan de ‘grisettes’. Meisjes die in confectie- of andere ateliers werken en na hun uren, steeds gekleed in hun grijze stofjas, het voetpad kiezen om hun karig loon aan te vullen. Een trede hoger komen de straathoeren, ‘beschermd’ door hun ‘maquerau’ (pooier) of ‘tapineuse’ (hoerenmadam). Hun naamgeving is vaak bepaald door niets minder dan de bestrating waarover ze heen en weer lopen: ‘les pièrreures’ of ‘les fleurs de pavé’. Na mei ’68 verdwijnen vele pavés onder een laag asfalt om herhaling van het kasseiengooien te vermijden. Zo krijgen we plots ‘les asphalteuses’.  Aan een kruispunt ontmoet je ‘les Vénus du Carrefour’. Meisjes die vaak van ‘standplaats’ wisselen of rondfladderen in de stad, worden dan weer aangeduid als ‘hirondelles’. Wie er evenwel in slaagt het straatniveau te overstijgen, kan opklimmen tot ‘cocotte’ of ‘lorette’, genaamd naar de kerk, de Notre-Dame-de-Lorette, waarrond ze hun betere klanten ontvangen.

Naarmate ze zelfstandig opereren en er in slagen zich te laten respecteren, stappen ze op naar de status van LionneWie het daarenboven presteert een rijkere heer in te palmen, kan het zelfs schoppen tot ‘Courtisane’ of ‘Demi-Mondaine’. Merk de hoofdletters die vanaf dit niveau in de naamgeving opduiken. De absolute top bereik je echter pas als ‘Grande Horizontale’, de Parijse versie van de ‘Golddigster’.

Dan moet je er wel in slagen een koning, prins, baron, grootindustrieel of gefortuneerd politicus aan de haak te slaan. Je naam krijgt dan ook een ‘adelklank’: Virginie Oldoini wordt Virginie de Castiglione, een van de minnaressen van Napoleon III.  Marie-Ernestine Antigny wordt dankzij haar relatie met bankier Raphaël Bischoffsheim Blanche d’Antigny. Emilie Delabigne trekt het hoogdravend  klinkende ‘Votre Altesse’ samen tot Valtesse de la Bigne. Vereeuwigd door Manet hangt ze in het Metropolitan Museum in New York, niet mis voor een geëvolueerde straatmadelief.

Anne-Marie Chassaigne wordt Liane de Pougy en Emilienne André, Emilienne d’Alençon. Zij wordt achtereenvolgens onderhouden door de Franse textielerfgenaam en eerste liefde van Coco Chanel, Etienne Balsan. Later door Leopold II, die het ook aanlegt met Cléo de Mérode.

De bevallige Augusta Otero krijgt als titel ‘La Belle Otéro’. Klinkt dat minder adellijk, dan ligt  ze toch wel in de armen van Koning Edward VII en Tsaar Nicolaas II.

La_Bella_Otero

Eéntje onder hen spant de kroon: La Païva, geboren Esther Lachman, een meisje van joods-Poolse komaf. In drie stappen en evenveel huwelijken klimt ze op van Lorette over Demi-Mondaine tot Grande Horizontale. Haar eerste echtgenoot is een kunstschilder. Dat betaalt niet goed. Haar tweede, de Portugese Marquis Araùjo de Païva, zit al beter. Hij schenkt haar het nog steeds verbluffende stadspaleis op de Place Saint Georges. Haar derde, de Duitse edelman en staalmagnaat Guido Henckel von Donnersmarck, is eindelijk het schot in de roos. Dolverliefd schenkt hij haar een jaarinkomen van 80.000 pond met daarbovenop het Château de Pontchartrain en een oogverblindend ‘hôtel’ aan de Champs-Elysées.

In die chique buurt durven de grisettes niet eens te komen. Tenzij diegenen met ambitie…

Het “Palais Royal” en vele andere unieke plaatsen ontdek je op onze route langs de rechteroever  “ Van Opera Garnier tot Opera Bastille”.