Hoofdartikel

Wonderbaarlijke genezingen en miraculeuze transformaties ?

6 min ontdekkings-tijd

Overdag lijkt het op een ontplofte vuilnisbelt maar is het nog vrij rustig. Maar elke dag, tegen valavond, komt deze mysterieuze plek tot leven. Dan komen de ‘medewerkers’ van Le Grand Coësre, de onbetwiste koning van de Parijse onderwereld, luidruchtig thuis van hun dagtaak. Gebral en getier, scheldpartijen en gekrijs zwellen aan tot een wild tumult. Welig vloeit de drank en inhalige hoeren staan paraat. Welkom in de Cour des Miracles.

Miraculeuze transformaties

Ze haasten zich naar binnen. Gebochelden, éénbenigen, éénarmigen, lammen, blinden, kreupelen, doofstommen en andere ‘misdeelden van beider geslachten’. Eenmaal op het schemerige binnenhof veegt de zieke moeder haar meelijwekkende ulcera en zweren af, smijt de bultenaar zijn bochel aan de kant en haalt de éénbenige zijn andere tevoorschijn. De kreupele danst met de lamme op de tonen van de schraperige viool van de éénarmige. Die er nu plots twee heeft. De stomme zingt uit volle borst en de blinde kijkt rond waar nog wijn te krijgen is. Het wilde gedoe duurt de hele nacht. Maar bij het ochtendgloren gaat de bultenaar opnieuw gebukt onder zijn bochel. Sleept de lamme zich terug voort op zijn kar, de kreupele op zijn krukken. De vioolspeler is terug een arm kwijt en de danser is opnieuw lam. Met zijn stok tast de blinde weer voor zich uit en fatale ulcera bedekken opnieuw armen en hoofd van de zieke moeder. Omdat ze deze wonderbaarlijke genezingen en miraculeuze transformaties niet begrijpen, geloven de omwonenden dat er wonderen geschieden. ‘Il s’y passent des miracles!’ .

De ‘Cours des Miracles’ zijn geboren.

Tot in de tweede helft van de zeventiende eeuw zijn er meerdere Cours des Miracles in Parijs. Eén ervan, de ‘Fief d’Alby’, is nog duidelijk waarneembaar tussen de rue Réaumur en de passage du Caire. Het is veruit de meest gevreesde. Hij staat later beeld voor het Mirakelhof uit ‘De Klokkenluider van de Notre-Dame’.

Le Grand Coësre en zijn vaklui 

Samen met zijn luitenanten ‘chef-coësres’, bestuurt ‘Le Grand Coësre’ zijn imperium. Hier gelden eigen wetten en normen. Binnen de hiërarchie heeft elkeen zijn vakgebied, zijn specialiteit, zeg maar. 

  • De ‘narquois’ of ‘drilles’ zijn soldaten, gekwetst en gemutileerd tijdens hun dienst voor de Franse koning.
  • De ‘rifodés’ hebben het ongeluk getroffen te zijn door de bliksem.
  • De ‘malingreux’  zijn ongeneeslijk zieken allerhande.
  • De ‘franc mitoux’ lijden aan lepra.
  • De ‘sabouleux’ zijn geveld door epilepsie, ze rollen over de grond met (zeep)schuim op de lippen.
  • De ‘piètres’ zijn zwaar verminkt of geamputeerd.
  • De ‘marfaux’ zijn vastende monniken (in werkelijk is hun specialiteit het souteneurschap).
  • De ‘mercandiers’ zijn door oorlog, brand of overstroming geruïneerde handelaars.
  • De ‘courtauds’ zijn arme mensen die zich niet kunnen verwarmen daarom ‘bedelen ze enkel in de winter’.
  • De ‘orphelins’ zijn jonge kinderen die hun ouders verloren. Ze beven altijd van de kou, ‘ook in de zomer’.
  • De ‘hubains’ laten u een attest lezen dat ze door Sint-Hubertus genezen zijn van razernij, maar nu zonder werk zitten.
  • De ‘capons’ lopen gratis even met u mee om u te beschermen in een ‘coupe-gorge’, een gevaarlijke steeg.
  • De ‘coquillards’ tonen u hun schelpen, net meegebracht van hun bedevaart naar Santiago de Compostela…

Vanuit de Cour des Miracles bouwt Coësre zijn macht uit in de stad. Het is een plek van wetteloosheid, geweld en prostitutie, van waaruit de leden op rooftocht trekken. Begonnen aan de toenmalige rand van Parijs, breidt hij geleidelijk aan zijn actieterrein uit tot ver buiten de stad. Via een centraal gestuurde inning komen de geldstromen uiteindelijk netjes bij hem terecht. Aan het einde van de werkdag staat iedereen een groot deel van zijn opbrengsten af. ‘Cracher dans le bassin’, wordt dat genoemd. Halverwege de 17de eeuw vormen de Cours des Miracles een reële bedreiging voor de openbare orde in Parijs.

‘Aux galères!’

Lodewijk XIII wil er al paal en perk aan stellen. In 1630 geeft hij bevel de gebouwen rond de Fief d’Alby af te breken en er een straat door te trekken. De arbeiders die komen opdagen, worden vermoord. Ook Lodewijk XIV stuurt verschillende keren de stadswachten om de Fief ‘Alby te ontruimen. Zonder succes. Tijdens een zoveelste poging tot ontzetting moorden de mendiants een hele politiemacht uit. De maat is vol. Op 15 maart 1667 stuurt de Zonnekoning zwaarbewapende troepen onder leiding van Nicholas de La Reynie, Luitenant-Generaal van Politie van Parijs. Met grote moeite en slachtoffers aan beide kanten, slaagt de La Reynie erin om de overblijvende mendiants op te pakken. Hij stuurt ze ‘aux galères’, naar de galeien.  Om te verhinderen dat er een nieuw Mirakelhof ontstaat, laat hij de bouwvallige krotten en donkere stegen met de grond gelijk maken en richt op deze plek een ‘marché des marées’ in, een vismarkt. 

Schmattes

Vandaag is het veilig, zelfs gezellig, om op de kleine place du Caire een glas te drinken. De bedrijvigheid is dan ook veranderd. Beurzensnijders en hoeren zijn er niet meer. Toch niet overdag. De business in de wijk draait nu voornamelijk rond de ‘schmattes’, van het Poolse szmatte: vod. Een beetje een oneerbiedige aanduiding voor de massaconfectie en prêt-à-porter made in Paris, China of Bangladesh, van hieruit verdeeld over Parijs en elders door vooral Sefardische Joodse handelaars. In de passage du Caire, deze oudste (1798) en langste passage van Parijs, ooit de kern van het meest beruchte Mirakelhof, kan je vandaag de dag je geld niet meer kwijt. Alles is hier ‘business to business’. Dat roepen de bordjes achter de boetiekachtige ramen je overvloedig toe: “Vente en gros” en “Aucune vente au détail”. Online verkoop doen ze wel. Zo vind je nog een betaalbare trouwjurk, een feestelijke bloes met papegaaien, een fluorescerende das. En kijk, een herenpak voor 265 euro !  Is dat geen mirakel ?