Artikel

 “Zoiets moeten we ook in Berlijn bouwen, Herr Speer !”

3 min ontdekkings-tijd

23 juni 1940, 6 uur ‘s ochtends.

Een goedgeluimde Etienne Debray haalt de rolluiken van zijn lucratieve krantenkiosk op. Hij heeft hier een uitstekend plekje, op het voetpad tegenover het Café de la Paix, waar de Boulevard des Capucines uitmondt op de Place de l’Opéra. Veel volk, elke dag.

Daags voordien ondertekent Frankrijk in Compiègne de wapenstilstand met de Duitsers. Maar tot nu toe heeft Etienne nog geen ‘boches’ gezien.

Hij schikt zijn dagbladen voor zijn vroege klanten, als motorengeronk en geroep zijn routine verstoren. Hij versteent.

“Pas vrai, c’est lui ! L’homme qui vient de faire tomber la France !”Onder een veel te grote pet herkent Etienne hem aan dat snorretje.  Ook aan die lange lederen mantel tot bovenaan dichtgeknoopt: Hitler.

Samen met Albert Speer en Arno Breker, de architect en de beeldhouwer van het Derde Rijk, is de Führer die dag om 5.30 u met zijn viermotorige Condor geland op Le Bourget. Hij wil zijn nieuwste verovering aanschouwen. Met een colonne van vijf Benz berlines met opgerold dak, een fotograaf, een cameraman en enkele officieren, brengt hij een blitzbezoek aan Parijs.

Eerste halte is de Opéra Garnier. Duitse officieren hebben alle lichten aangestoken en het goud schittert en weerkaatst alom in de hoge spiegels. “Schitterend ! Uitzonderlijk prachtige proporties!” roept de Führer opgewonden uit.  Hij gesticuleert als een orkestleider.  “De architectonische waarde…” legt Hitler deskundig uit aan zijn architect “…zit hem in die schitterende proporties.  Dit is het mooiste theater van de wereld!  Zoiets moeten we ook in Berlijn bouwen, Herr Speer !

garnier

Een ogenblik later stuiven de auto’s weg, richting Madeleine en Place de la Concorde: “Mooi, maar te open!”.  Via de Arc de Triomphe komen ze bij het Trocadéro. Tegen het silhouet van de Eiffeltoren poseert het gezelschap er voor een propagandashoot.  Dan volgt een “ontroerend” moment in Les Invalides, voor de granieten tombe van Napoleon: “iemand als ik (sic)”. Tenslotte keert de colonne langs het Panthéon, de Notre-Dame, het Hotel de Ville, les Halles, de Place Vendôme en de Sacré-Coeur terug naar Le Bourget.

 

Om 08.30 u stipt, stijgt de beige Condor met hakenkruisen weer op, cirkelt nog enkele keren boven zijn prooi om dan richting Berlijn te verdwijnen.

Het is de enige dag dat Hitler in de lichtstad is geweest.

Ik dank het lot. Het liet me toe deze grandioze stad te zien, die me altijd heeft gefascineerd”, vertrouwt Hitler toe aan Arno Breker. Breker en Parijs zijn echter geen onbekenden voor elkaar, integendeel.   De beeldhouwer woont van 1927 tot 1934 in de lichtstad en is er bevriend met oa Brancusi, Léger, Dali, Calder maar vooral met Picasso, voor wie Demetra, de echtgenote van Breker, vaak model staat.

Tijdens WOII houdt de Gestapo de ‘communistische’ Picasso trouwens nauw in de gaten. Een deportatiebevel ligt weldra klaar…  Arno Breker zou hem daarvan hebben gered door een persoonlijke tussenkomst bij Hitler en bij Gestapo-officier Heinrich Müller.

Waar ? Niet waar ? Deels waar ? Dat we vertellen aan het atelier van Picasso op weeral een andere route.

En de kiosk van Etienne? Die staat hier nog steeds op dezelfde plek met zicht op de Opéra!

Meer pittige verhalen achter het décor van de Parijse rechteroever ? We vertellen ze telkens op de ‘plaats delict’. Beleef ze mee op onze route “Van Opéra tot Opéra”!

(KLIK HIER EN GA TERUG NAAR OVERZICHT : PARIJS LEEFT – DEEL 1))